Twee jaar geleden hebben we een bijenhotel in de achtertuin opgehangen. Het eerste jaar waren we blijkbaar te laat, want toen hadden we helemaal geen gasten. Vorig jaar hadden we pottenbakkerswespen die druk bezig waren met gangetjes dichtmetselen. En dit jaar wordt het hotel druk bezocht door echte bijen: de rosse metselbij (Osmia bicornis).

Rosse metselbijen

De pottenbakkerswespen van vorig jaar waren ook leuk om te zien (en hebben als voordeel dat ze spinnen vangen!) maar een échte bij die bezig is in het hotel is helemaal geweldig. Op een zonnige dag heb ik dan ook een opstelling gemaakt vóór het bijenhotel met de camera op een statief en een afstandsbediening in de hand. Daarna was het (lekker in het zonnetje 🙂 ) wachten op de eerste gasten. Die lieten niet al te lang op zich wachten.

Mijn bijenhotel projectje

Een rosse metselbij zoekt eerst een geschikte gang uit, maar als ze die eenmaal gevonden heeft, dan onthoudt ze welke gang het is en vliegt ze de volgende keren rechtstreeks naar ‘haar eigen gang’. Wel zagen we af en toe ruzie als twee mestelbijen hun zinnen gezet hadden op dezelfde gang. Zeker nu er al veel gangetjes in gebruik zijn, is er sprake van lichte woningnood.

De rosse mestelbij verzamelt stuifmeel in haar “buikschuier”; lange, dichte buikbeharing. Op deze foto is dat goed te zien: die gele buik is eigenlijk allemaal stuifmeel. Ze komt hier aanvliegen bij haar nestgangetje. Deze gang gaat ze vullen met een aantal broedcellen. Eerst verzamelt ze wat stuifmeel dat ze achterin de gang legt. Daarna gaat ze op zoek naar nectar én stuifmeel. Bij elke vlucht gaat ze eerst vooruit de gang in en spuwt wat nectar achterin. Dan komt ze de gang weer uit, draait zich om en gaat achteruit de gang weer in. Met haar poten schuift ze het stuifmeel uit haar buikschuier.

In foto’s

Aanvliegen

Voorwaarts erin

Keren

Achterwaarts erin

Even rust en weer verder

Broedcellen

Als de broedcel voldoende voedsel bevat, legt ze er een eitje in. Daarna metselt ze een wandje met wat modder en begint ze aan een volgende cel. Per broedcel vliegt ze ongeveer 19 keer op en neer tussen de bloemen en het nest. Er moeten dus wel genoeg bloemen in de buurt staan, een rosse mestelbij vliegt tussen de 300 en 1300 meter voor het zoeken van stuifmeel en nectar. Wat ik wel opvallend vond, is dat er een Amerikaanse sering volop in bloei staat náást het bijenhotel, maar daar keken de mestelbijen niet naar om. Blijkbaar hebben ze in de buurt een veldje bloemen gevonden dat ze beter bevalt. 🙂

Met het bouwen, vullen en afsluiten van een cel is ze ongeveer één dag zoet. En een gang kan wel 10 broedcellen bevatten. Als de gang bijna vol is, dan maakt ze nog één cel die ze expres leeg laat, dat beschermt de andere broedcellen tegen sluipwespen en andere parasieten. Tot slot wordt de nestgang netjes afgesloten met wat modder. En dan gaat ze vrolijk verder met de volgende gang. Een vrouwtje maakt tijdens haar leven meestal vier tot vijf nesten.

Overwinteren

Het eitje komt na ongeveer twee dagen uit en dan begint de larve te smullen van het mengsel van nectar en stuifmeel dat mama heeft verzameld. Na vijf weken spint de larve een cocon en verpopt tot een ‘echte bij’. Daarna blijft de bij nog een half jaar in rust, pas na de winter (in maart) knagen de jonge bijen zich vrij uit de broedcel. Het grappige is dat de moederbij kan bepalen welk geslacht haar kind krijgt. Zo zorgt ze ervoor dat de cellen die voorin in de gang liggen, mannetjesbijen bevatten. Deze komen dus als eerste uit de gang en kunnen dan wachten op de vrouwtjes die zich uit de achterste cellen moeten bevrijden.

De gangetjes van ons hotel zitten bijna allemaal vol en hopelijk zijn er dus al een aantal larven aan het eten en groeien. Volgend jaar maart begint de hele cyclus dan weer van voor af aan!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.